Petrus Donders: met mensen verweven
Viering 26 oktober 2003

Filmbeelden - wevende handen

Hoe spin je de wol van je leven
tot een sterke draad?
Hoe weef je de draden
tot een samenhangend geheel?
Petrus Donders moest leren spinnen en weven.
Hij bleef spinnen en weven
zijn leven lang!

Lezing: (Exodus 3,1-4)
Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan.
Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn
en kwam hij bij de berg van God, de Horeb.
Toen verscheen hem de engel van Jhwh,                 

in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik.
Mozes keek toe
en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond
en toch niet verbrandde.
Hij dacht:
‘Ik ga eropaf om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken.
Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?’
Jhwh zag hem naderbij komen om te kijken.
En vanuit de doornstruik riep God hem toe:                  
‘Mozes, Mozes.’
Hij antwoordde:
‘Hier ben ik.’   

LIED: De stem van het hart (lied over Peerke) 
   
(t: P. Benneken Kolmer; m: P. Beneken Kolmer en A. v.d.         Woerd)

Hij hoorde de stem van zijn hart die hem riep
Om Licht te zijn voor mensen
Hij wist dat was God die sprak in hem diep
Een god die hield van de mensen 

Hij dacht niet zwart-wit of uitsluitend hoog-laag;
De minste was de zijne
Hij verstond de taal van het menselijk hart
De schreeuw om troost in hun lijden

In het hart van de duisternis zocht hij de mens:
Gekluisterd en geslagen
Hij zag dat zijn naaste geweld werd gedaan
En koos partij voor de slaven

De weg die hij ging was een weg van: er staan
Er altijd zijn voor anderen
Vertrouwend op God om het goede te doen
Water in wijn te veranderen

Geef ons jouw geloof in God en in de mensen
Zonder onderscheid
Ga ons voor in vrede, wees een licht in deze tijd
Help ons om te gaan voorbij de achteloosheid
Meer dan ik-alleen
Jij ging verder, vond het hart van mensen om je heen  

LIED op het leven van Peerke Donders (t en m: A. v.d. Woerd)

Dagen aan elkaar geregen
Koord zonder begin en eind
Nachten slechts om uit te rusten
van het zwoegen op de dag
Geen stem te horen die mij aanspreekt
En geen mens die op me wacht

Maar diep van binnen weet mijn hart
Dat ik hier niet wonen zal
Dat ik zo niet sterven wil
Mijn bron elders zal stromen

Ik heb een droom die me verwart
Maar ontwaken wil ik niet
Wever ben ik, met een draad
Die niet past in de schering

Op een dag, een nieuw geluid
Een mens die roept, mijn hart springt op
Ik grijp de kans die voor me ligt
En ga beginnen aan iets nieuws
Maar in de hitte van de middag
Steekt de zon diep in mijn huid
Twijfel mijn enige gezelschap:
Wordt het ooit nog wat met mij?

Maar diep van binnen weet mijn hart
Dat ik hier niet wonen zal
Dat ik zo niet sterven wil
Mijn bron elders zal stromen

Ik heb een droom die me verwart
Maar ontwaken wil ik niet
Wever ben ik, met een draad
Die niet past in de schering

Totdat ik leerde te aanvaarden
Dat ook leegte en verdriet
Over Jou willen verhalen
En niet te vermijden zijn

Jij die mij koestert als een parel
Kostbaar, stralend in jouw hand
Leert mij opnieuw te weven
Samen tot een nieuw patroon

En diep van binnen weet mijn hart
Dat ik hier juist wonen zal
Dat ik hier ooit sterven mag
Mijn bron hier is gaan stromen.
              

Lezing: Exodus 3,7-8a

Jhwh sprak:
‘Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien,
de jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord;
Ik ken hun lijden.
Ik ben afgedaald om hen te bevrijden uit de macht van Egypte,
om hen weg te leiden uit dit land,
naar een land dat goed en ruim is,
een land dat overvloeit van melk en honing.

         Petrus bleef spinnen en weven
een profetisch patroon in zijn leven.
Het raakt me in mijn ziel
als ik zie dat mensen worden beroofd
Van hun waardigheid.
Op 8 september 1846 moet ik schrijven:
“de slaven, vroeger uit Afrika vervoerd (…) welker getal vroeger zeer groot was,
maar heden merkelijk is verminderd en nog dagelijks vermindert,
door ongeregeld leven enzovoorts,
en ook niet weinig door het onmenselijk straffen of liever mishandelingen;
voeg hierbij het gebrek aan nodig voedsel om te kunnen leven,
veel minder om hard te kunnen werken (…)
Maar vooral, volgens het oordeel omdat hier de Vinger Gods zich openbaart,
die schijnt te zeggen: tot hiertoe en niet verder.
O! had men hier zoo veel zorg voor het behoud en welzijn der slaven,
als men in Europa voor lastdieren heeft, dan zou het er
beter uitzien (…).
Wee! Wee! Suriname in den grooten oordeelsdag!
Wee! Wee! Ja, duizendmaal Wee den Europeanen, den eigenaren van plantageslaven,
den administrateuren, den directeuren en blank-officieren (die allen over de slaven heerschen)!!!
Ongelukkig zij, die zich met het zweet en bloed van die arme slaven,
die geen verdedigers vinden dan God, verrijken.

LIED        Wie heeft brood genoeg? (t: H. Oosterhuis; m: A. Oomen)

Wie heeft brood genoeg voor zo grote hongerige menigte

Woord dat zegt wat liefde is,
en weer zegt: de aarde delen,
recht is liefde, brood voor velen.
God is brood is mensenrecht?

  Woord van God,
God in ons, hou aan.
Eeuwig woord, alledagenwoord,
doe ons verstaan.

Hongerdood genoeg voor zo grote godeloze menigte

Hand die kan wat liefde is,
maar niet doet: de aarde delen,
nieuwe levensbomen telen,
God de hand die mensheid voedt?

Hand, doe goed.
God in ons, hou aan.
Kinderhand, grote mensenhand,
breng dood tot staan.

Mensengeest genoeg voor zo grote mensgeworden menigte

Geest die weet wat liefde is,
en volvoert: de aarde delen,
hoeveel liefde zal het schelen
of er God of niet-God is?

Mens, doe goed.
God in ons, hou aan.
Levensgeest, allemensengeest,
vuur liefde aan.

Wie is God genoeg
voor zo grote hongerige menigte?

Lezing: Exodus 3,11-14a

Mozes sprak tot God:
‘Wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan,
en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’
God antwoordde hem:
‘Ik zal u bijstaan,
en dit is het teken dat Ik het ben die u zendt:
als u het volk uit Egypte hebt geleid, zult u Mij vereren op deze berg.’
Maar Mozes sprak opnieuw tot God:
‘Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg:
“De God van uw vaderen zendt mij naar u”,
en zij vragen:
“Hoe is zijn naam?”
Wat moet ik dan antwoorden?’
Toen sprak God tot Mozes:
‘Ik zal er zijn.’
En Hij zei:
‘Dit moet u de Israëlieten zeggen:
“Hij die er zal zijn, zendt mij naar u.”’:

Petrus bleef spinnen en weven.
Hij zegt:
Ik hoop maar dat mijn werk niet voor niets is
dat het iets van de lange duur mag zijn.
Mijn grootste zorg is dat mensen mensen mogen worden
iet langer geknecht, uitgebuit of als slaaf
Niet langer afhankelijk van allerlei machten en krachten
Ik zie mensen zo graag rechtop konden lopen
Rechtop staan voor God en voor elkaar:
Ik geloof, ik weet dat ieder even veel waard is.
God kijkt niet naar hoe mensen zijn, of welke ziekte ze hebben.
Dat telt niet.
Bij Hem telt ook niet of je melaats bent of een fotomodel
Niet of je indiaan, Boschneger of Europeaan bent.
Bij Hem telt elk mens, hoe klein ook.
Ieder is een wonder in zijn ogen.

Dat is mijn eigen ervaring.                                                                                            

Door de geestelijkheid werd ik voor te dom gehouden.
Door mijn eigen medestudenten voor gek versleten.
Ik werd miskend. Ik werd gebruikt.
Nooit heb ik geloofd dat God ook zo naar me keek.
Hij had een andere bedoeling met me.
En in dat spoor wil ik nu leven.

LIED        Delf mijn gezicht op (t: h. oosterhuis; m. A. Arens)

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie mij ontmaskert, zal mijn vinden.
Ik heb gezichten, meer dan twee,
ogen die tasten in den blinde
harten aan angst voor angst ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
 
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd wordt gevonden
en zal zichzelf opnieuw verstaan
en leven bloot en onomwonden,
aan niets en niemand meer ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

 

 

Petrus bleef spinnen en weven
en zong zijn lied.
Ik leerde zingen.
Ik leerde mijn lied zingen,
en ik mag het nu met anderen zingen
Alle mensen zijn dol op muziek.
En mijn harmonium bewijst me hierbij grote diensten.
Ik weet wel dat ik hierop geen heksenmeester ben,
maar de mensen en ook ik hebben er veel plezier van (3 oktober 1884).
Zij spelen op de drum voor mij
We spelen samen op de maat van de muziek
Zij zingen met mij op het ritme van de kanopeddel.
Ik leer samen met anderen te zingen.
God is er is om ons te redden;                                      

daarom zullen wij op de snaren spelen
in het huis van God,
alle dagen dat wij leven (Jesaja 38,20).
 

LIED        Raindance

 

 

 

Petrus bleef spinnen en weven
Thuis gekomen bij medebroeders
neurie, zing ik een bedevaartslied, en wel psalm 133:
Wat is het toch goed, wat is het heerlijk,
om als broeders en zusters eendrachtig samen te wonen.
Als kostelijke olie is het op Aärons hoofd,
die neerdruipt in de baard
en van de baard op de kraag van zijn kleed.
Als dauw is het, dauw van de Hermon,
die neerdruipt op de Sionsberg.
Ja, daar schenkt Jhwh zijn zegen

LIED:   Om vrede        (t: Huub Oosterhuis) Naar Augustinus, Belijdenissen, X, 27.

Veel te laat heb ik Jou liefgekregen
schoonheid wat ben Je oud wat ben je nieuw
veel te laat heb ik Jou liefgekregen.


Binnen in mij was Je, ik was buiten
en ik zocht Jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van Jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet Jij is.

Toen heb Jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben Jij heengebroken.
Oogverblindend ben Jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.

Geuren deed Jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar Jou.
Proeven deed ik Jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar Jou. Mij, lichtgeraakte,
heb Jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar Jou toe, om vrede.
 


LIED: Gevonden (t. Vincent de Haas, m. Albert van der Woerd)

Temidden van vreugde
temidden van verdriet
zoek ik het leven,
zoek ik de parel
zoek ik de schat
waarvan ik leven mag.

Voorbede
Heer God,
U verbindt mijn losse vezels tot een sterke draad
Dank U, dat ik voor U leven mag
Sta me bij; dat ik niet uiteen zal vallen, als pluisjes in de wind

Acclamatie: Gevonden

God,
U weeft onze levens samen tot een uniek patroon
Waar alle draden op elkaar zijn aangewezen
De enige echte wever, dat bent U.
Maak ons één,
verstrengeld in een menselijker wereld.

Acclamatie: Gevonden

LIED    litanie van alle heiligen

Heer, ontferm u over ons
Christus, ontferm u over ons
Heer, ontferm u over ons
 

Heilige Maria, moeder van God – ora pro nobis
Heilige Anna
Heilige Dionysius

Heilige Servatius
Heilige Willibrordus
Heilige Bonifatius
Heilige Odulfus
Heilige Franciscus
Heilige Clara
Heilige Lidwina
Heilige Martelaren van Gorkum
Heilige Johannes Berchmans
Heilige Adolphine
Heilige Arnoldus Jansen

Frater Andreas

Zalige Titus Brandsma
Zalige Edith Stein
Zalige moeder Teresa
Zalige Petrus Donders
Alle heiligen van God

God van liefde – breng ons tot leven
Jezus Christus – breng ons tot leven
Heilige Geest – leer ons te weven
God van Peerke – doe ons verrijzen
Maak ons gelukkig – leer ons te weven

 

        © Katharis, 2003

                            Reageren?